Alternaria in de aardappelen treedt op naarmate het gewas veroudert. Met name na de bloei onder warme en vochtige omstandigheden kan Alternaria toeslaan. Het zorgt voor een vervroegde afsterving van het loof en aantasting van de knollen.
De eerste symptomen zijn bruine vlekjes op het blad, in de vlekken zijn zogenaamde concentrische ringen waarneembaar. In gevoelige rassen kan vanaf begin bloei (uiterlijk 2/3 bloei) preventief Propulse (nevenwerking op sclerotinia) of Belanty worden toegevoegd aan de Phytophthora-bestrijding.

| Advies Alternaria aardappelen | ||
| Middel | Restricties | |
| Alternaria | 0,4 ltr Propulse per ha
of 1,25 ltr Belanty per ha |
Propulse (W.1): max. 0,45 ltr/ha, max 2x toepassen per teeltcyclus. Spuitinterval: 10 dagen. Veiligheidstermijn: 21 dagen.
Belanty (W.-): max. 1,25 ltr/ha per toepassing, max. 3x toepassen per teeltcyclus. Totaal max. 3,75 ltr/ha per teeltcyclys. Spuitinterval: 7 dagen. Veiligheidstermijn: 3 dagen. Product niet toepassen in grondwaterbeschermingsgebieden. |
| Spuitmoment | Vanaf begin bloei | |
| Water | 300 ltr/ha | |
| Menging | Toevoegen aan phytophthora-bestrijding. Narita en Propulse zijn mengbaar met Olie-H/Kompaan en Prolong Xtra. | |

