Na de hoofdteelt blijft vaak reststikstof in de bodem achter, dit is een belangrijke bouwsteen voor planten. Zonder bedekking spoelt deze stikstof gemakkelijk uit naar de grond- of oppervlaktewater. Door tijdig een groenbemester in te zaaien, vang je deze reststikstof effectief op. Die stikstof wordt tijdelijk vastgelegd in de plant. Wanneer je de groenbemester inwerkt, komt de stikstof geleidelijk weer vrij op een moment dat het volggewas er gebruik van kan maken.
Het gaat dus niet alleen om het voorkomen van verlies, maar ook dat je het vasthoudt tot het moment dat het volggewas het nodig heeft. Hierdoor is vaak minder kunstmest nodig in het voorjaar, wat kosten bespaart en de natuurlijke balans in de bodem behoudt.
In NV-gebieden (nutriëntenverontreinigde gebieden) gelden strengere regels. Er geldt een korting van 20% op de stikstofgebruikersnorm.
Groenbemesters verbeteren de bodemstructuur doordat ze met hun wortels de grond losmaken en verdichting tegengaan. Verschillende soorten groenbemesters, zoals bladrammenas of Japanse haver brengen lucht en leven in de bouwvoor. Dit zorgt voor betere wortelgroei bij het volggewas en is de kans op slemp in natte periodes kleiner.
Ook het bodemleven profiteert. Miljarden micro-organismen leven in de bodem, en zij worden gevoed door wortelexudaten en gewasresten van groenbemesters. Een rijk bodemleven zorgt voor en betere afbraak van organisch materiaal, meer nutriënten beschikbaarheid en weerbare gewassen.
Bij het onderwerken van groenbemesters ontstaan bovendien organischestof. Deze organischestof verhoogt het humusgehalte van de bodem, verbetert het vochtvasthoudend vermogen en draagt bij aan een stabiele, luchtige bodemstructuur.
Een ander probleem is de aanwezigheid van aaltjes, zoals wortelknobbelaaltjes of bietencysteaaltjes. Specifieke rassen van groenbemesters, zoals tagetes of resistente bladrammenas kunnen aaltjes op biologische wijze aanpakken.
Voor meer informatie over onze groenbemesters en de mogelijkheden kunt u contact opnemen met één van onze experts. Die u graag helpt bij het maken van de juiste keuze en het beantwoorden van uw vragen!
Lees ook onze groenbemesterfolder 2025 voor wet- en regelgeven en zaaien en telen.
Het succes van een groenbemester hangt af van tijdstip, soortkeuze en bouwplan.
Zaai de groenbemester zo vroeg mogelijk. Hoe eerder je zaait, hoe meer organische stof en stikstof er vastgelegd wordt. De verschillende soorten groenbemester hebben allemaal een eigen doel:
Let daarbij op je bouwplan: afwisseling is belangrijk. Door goed te plannen voorkom je dat je steeds dezelfde ziektes en plagen in stand houdt.
Voor de bestrijding van onkruid is een snelle bodembedekking belangrijk. Kies rassen die binnen twee weken het perceel sluiten, zodat onkruiden geen kans krijgen om te kiemen.
Naast enkelvoudige soorten zijn er ook groenbemestermengsels beschikbaar. Zoals terralife, nemaredux, orgamax, c-crucial, c-gofast en m-dynamic.
Deze mengsels combineren de eigenschappen van meerdere soorten en versterken elkaar in werking. Zo kan een combinatie van bladrammenas en Japanse haver zorgen voor zowel diepe beworteling als snelle bodembedekking. Mengsels zijn daardoor breed inzetbaar en passen goed in bouwplannen waar meerdere doelen behaald kunnen worden, zoals bodemstructuur, stikstofefficientie en het onderdrukken van onkruid.
Het inzetten van groenbemesters heeft zichtbare en meetbare voordelen:

